“Inclusieve participatie begint vóór het plan van aanpak”
KHADIJA ZEKHNINI
- Winnaar van de juryprijs Papers & Pictures 2023 van POM
- Omgevingsadviseur bij Dutch Boosting Group
- Dochter van eerste generatie Marokkaans-Nederlandse ouders
Enkel de stereotype oude witte man treffen op een participatiebijeenkomst? Khadija Zekhnini maakt het haar persoonlijke missie om een meer divers publiek te betrekken. Inclusiviteit mag geen vinkje zijn, maar moet de normaalste zaak van de wereld worden. Aan cOM legt ze uit hoe systeemdenken zorgt voor inclusieve participatie.
Inclusiviteit is in onze hedendaagse samenleving veel meer dan een modewoord. Khadija plaatst het op de agenda van iedereen die met participatie te maken heeft. Ze schreef er een sterke paper over en won de Papers & Pictures Juryprijs van het Platform Omgevingsmanagement (POM). Participatie is nog te vaak niet inclusief. Khadija reikt tools aan om hier wat aan te veranderen.
In jouw paper stel je dat participatie zelden écht inclusief is. Wat gaat er fundamenteel mis?
“We organiseren bewonersbijeenkomsten en zien daar telkens dezelfde mensen. Terwijl in het participatieplan staat dat we alle doelgroepen willen betrekken. Het gaat al fout bij het opstellen van dat participatieplan. Dat gebeurt nog te vaak vanachter een bureau waarbij we over het project nadenken vanuit processen en regels. Maar in het echte leven maken we geen keuzes op basis van een plan van aanpak. Het systeem waarin wij willen dat bewoners meedenken, is niet inclusief. Het is gemaakt voor mensen die de taal machtig zijn en die weten hoe de wegen naar bestuurders en de media lopen.”
Hoe moeten we het wel aanpakken?
“Systeemdenken is wat mij betreft de oplossing om participatie inclusiever te maken. Bij deze manier van denken benader je complexe problemen door de samenhang en onderlinge relaties te begrijpen: wat is de geschiedenis? Wat is het sentiment? Welke dynamieken zijn er? Wat zijn de onderlinge verhoudingen? Je benadert een project dus niet vanuit processen en regels, maar vanuit het systeem waarin mensen leven, waarin het probleem zich afspeelt.”
“Mijn oproep: ga nou ook eens voordat er een plan van aanpak ligt met het projectteam naar buiten. Leer eerst de mensen in de wijk écht kennen. Wat houdt hen bezig? Hoe ziet hun leven eruit? Als je bij iemand aanbelt en ziet dat deze persoon slecht ter been is of de Nederlandse taal niet spreekt, dan snap je meteen waarom een brief met uitnodiging voor een bijeenkomst deze wijkbewoner niet activeert. Stel op basis van inzichten die je in de wijk opdoet pas vast wat de opgave is, wat je wil bereiken en welke ruimte voor inspraak er is.”
Zelfs als we de wijk ingaan, lukt het niet altijd om echt achter de voordeur te komen. Mensen zijn vaak terughoudend. Wat doe je dan?
“Het blijft altijd een persoonlijke keuze om wel of niet te participeren. Iedereen in de wijk spreken is ook echt niet nodig. Het is belangrijker om een representatieve afspiegeling van de samenleving te spreken. Benader het participatieproces als wetenschappelijk onderzoek: blijf informatie verzamelen totdat het verzadigd is. Als je geen nieuwe input meer hoort van een bepaalde groep, kun je stoppen. Maar blijf waken dat je iedere doelgroep spreekt, al is het op microniveau. Lukt dat toch niet? Zorg dan wel dat je begrijpt hoe het leven van die doelgroep eruitziet en neem dat mee in het verdere proces.”
Participatie is complex en vraagt om oplossingen die de complexiteit omarmen, schrijf je in jouw paper. Leg eens uit?
“Veel van onze opgaves noem ik wicked problems. Er zijn zoveel oorzaken, mensen en organisaties bij betrokken dat je er bijna geen grip op kan krijgen. Neem bijvoorbeeld dakloosheid. Een oplossing kan zijn om een dakloze een woning te geven. Onderdak is één van de eerste levensbehoeften en met het verkrijgen van een adres kan iemand aanspraak op hulp maken. Maar met een woning alleen heb je niet het hele probleem opgelost. Er zijn soms namelijk wel tien verschillende redenen waarom iemand op straat leeft. Met een te eenvoudige oplossing doe je eigenlijk aan symptoombestrijding, zonder het probleem echt aan te pakken.”
Hoe voorkomen we dat het voelt alsof we inclusieve vakjes aan het afvinken zijn tijdens het participeren?
“Ga op natuurlijke momenten naar de mensen toe, bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse voetbaltraining of een bijeenkomst in de moskee. Daarnaast zouden overheden eigenlijk een structurele vertrouwensband met inwoners moeten opbouwen. Die valt of staat niet bij één project en één aanspreekpunt, maar behelst een duurzame, brede relatie. Als je een community vormt, is participatie voor een bepaald project niet het afvinken van een inclusiviteitsvakje, maar onderdeel van het structurele gesprek.”
Goed, dan hebben we inclusief geparticipeerd. Hoe veranderen we heilige huisjes en interne machtsstructuren zodat besluitvorming daarna ook inclusiever wordt?
“Interne participatie is nog lastiger dan externe participatie. Een bestaand systeem veranderen vraagt om lef, veel lef.

“In het echte leven maken we geen keuzes op basis van een plan van aanpak.”
De eerste stap is zorgen dat je aan de voorkant ambtelijk en bestuurlijk op één lijn zit en je hieraan committeert: wat is nu echt de opgave, wat willen we oplossen en wat hebben we nodig van de omgeving om er een succes van te maken? Bedenk daarbij ook waarom je inclusief wil zijn en wat er gebeurt als je dat niet bent.”
“Bij het beantwoorden van die vragen moet je intern eerlijk het gesprek aangaan en de eigen kaders en aannames ter discussie stellen. Vanuit die kaders en aannames vullen we vaak al in wat de opgave is en hoe we die oplossen.”
Dat eerlijke gesprek aangaan, hoe doe je dat?
“Ik gebruik daar graag een simpele, maar effectieve oefening voor. Vraag de projectgroep een voertuig te tekenen. De één tekent een auto, de ander een fiets en nog iemand anders misschien wel een spaceshuttle. Dan geef je aan dat het voertuig over water moet kunnen gaan. Wat je ziet gebeuren, is dat mensen niet snel een kruis door het initiële voertuig zetten, maar allerlei aanpassingen aan de auto, fiets of spaceshuttle maken waardoor hij over water kan gaan. En dat is precies wat we geneigd zijn in projecten ook te doen. We hebben in ons hoofd een aanname van de oplossing en als we merken dat de opgave verandert, durven we niet snel een streep door die oplossing te zetten. Als dat besef intern landt, zet je een stap in de goede richting.”
Kunnen we ook meten of participatie inclusief was?
“(zucht) Tja, we zijn zo geneigd om alles altijd kwantitatief te meten en aan te tonen. Maar ik vraag me af of we dat wel moeten doen. Als je wil weten of participatie inclusief was, is de kans heel groot dat je mensen in een hokje gaat duwen. ‘Deze bevolkingsgroep heeft dit probleem en wil dat.’ Ik ben terughoudend om die data op te slaan. Aannames maken en mensen over één kam scheren liggen dan op de loer. Terwijl ieder individu een eigen identiteit en mening heeft op basis van ervaringen, achtergrond, leeftijd, enzovoort.”
Hoe weten we dan wel of we het goed doen?
“Daarvoor moet je heel expliciet werken. Je kunt de methodiek ‘behoefte, belofte, bewijs’ van mijn collega Gerard Boks gebruiken. Haal eerst de behoefte inclusief op, doe dan een belofte en lever vervolgens het bewijs. Als je dat structureel doet, kun je bijhouden en aantonen of je inderdaad inclusief werkt en of alle belangen daadwerkelijk worden meegenomen. Misschien kom je wel tot de conclusie dat de behoeften van jongeren goed worden opgehaald, maar je geen bewijs kan leveren dat ze meegenomen worden in projecten. Het blijft een kwalitatieve methode, maar helpt wel om inzicht te krijgen en het gesprek te openen.”
Als we over 10 jaar terugkijken: waaraan kunnen we dan zien dat participatie daadwerkelijk inclusiever is geworden?
“Dan zien de buitenwereld en digitale toepassingen er écht anders uit. Een inclusief proces wil nog niet betekenen dat de uitkomst ook inclusief is. Maar als we daar wel in slagen – een inclusief proces inrichten dat leidt tot een inclusieve uitkomst – dan zien en voelen we dat. Dan vallen dingen in de openbare ruimte niet meer op als ‘iets voor mensen met een beperking’, maar zijn ze gewoon de standaard.”
Lees Khadija's prijswinnende paper 'Participatie als mensenwerk: waarom impact alleen lukt als we het systeem (her)zien'.
bit.ly/paper-Khadija-Zekhnini
Volg de training 'Systems engineering voor Omgevingsmanagers' bij Dutch Boosting Group.
bit.ly/training-dutch-boosting-group





