“Zonder woningzoekenden is participatie niet in balans”
Omgevingscommunicatie draait om het gesprek. Maar wat als een cruciale stem ontbreekt? Met de nieuwe handreiking ‘De stem van woningzoekenden’ willen Platform31 en de Rijksoverheid een plek in participatie creëren voor woningzoekenden en aantonen waarom dat hard nodig is.

FLOOR GULDEMOND
- Projectleider bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, werkt aan participatie en woningbouwbeleid
IRENE KUZEE
- Onderzoeker bij Platform31, werkt aan vraagstukken rond wonen en ruimtegebruik
Waar gaat het mis bij participatie rond woningbouw?
FLOOR: “Het systeem is uit balans. Toekomstige bewoners zitten meestal niet aan tafel. Dat heeft direct effect op hoe besluiten tot stand komen.”
IRENE: “Terwijl zij juist belang hebben bij de uitkomsten van die projecten.”
Waarom staat dit onderwerp zo hoog op de agenda bij het ministerie?
FLOOR: “De woningcrisis maakt een goed gesprek met de omgeving urgenter. We moeten in Nederland sneller bouwen, maar projecten vertragen door weerstand en juridische procedures. Dan moet je participatie anders organiseren. Daarnaast missen gemeenten en ontwikkelaars de stem van de woningzoekende. Ze willen het anders aanpakken. De behoefte is er al, wij proberen er richting aan te geven.”
IRENE: “Zonder het perspectief van woningzoekenden, is participatie niet representatief. Dan neem je besluiten op basis van een onvolledig beeld.”
In veel trajecten lijkt het alsof ‘de omgeving’ zich duidelijk uitspreekt. Wat missen we precies in het debat als woningzoekenden ontbreken?
FLOOR: “Het perspectief van noodzaak. Woningzoekenden laten zien waarom het nodig is dat er gebouwd wordt.”
IRENE: “Zonder de kijk van de woningzoekende, polariseert de discussie sneller, omdat je maar één kant hoort.”
Maar hoe betrek je woningzoekenden die op het moment van het onderzoek nog op een andere plek gehuisvest zijn?
IRENE: “Dat is meteen de uitdaging: woningzoekenden vormen geen afgebakende doelgroep en hebben veel verschillende belangen. Ze wonen er nog niet en weten vaak niet of ze er uiteindelijk terechtkomen. Dan is de vraag: waarom zou je tijd investeren in een traject waarvan de uitkomst onzeker is?”
FLOOR: “Juist omdat ze niet vanzelf in beweging komen, moet je er als professional actief achteraan.”
Om dat proces te begeleiden, riepen jullie een handreiking in het leven. Hoe kwam die tot stand?
IRENE: “We begonnen met een brede verkenning in Nederland. Waar worden woningzoekenden al betrokken? Wat gebeurt er al? Een selectie van tien initiatieven analyseerden we grondig. Die initiatieven verschillen van elkaar, van digitale platformen tot fysieke bijeenkomsten en creatieve vormen zoals theater of storytelling.”
“We keken: wat werkt hier precies, waarom werkt het, en wat kunnen we daarvan leren? We zagen patronen terugkeren. De geleerde lessen vertaalden we naar concrete handvaten waar je als professional mee aan de slag kunt.”
FLOOR: “We wilden geen dik rapport dat op de plank blijft liggen, maar een praktische handleiding. De gids bevat verhalen, maar ook een overzicht van initiatieven die woningzoekenden betrekken, bedoeld om gemeenten, corporaties en ontwikkelaars op weg te helpen.”
Welke frappante conclusies kwamen uit jullie onderzoek naar boven?
IRENE: “Het gaat verder dan alleen 'eerlijkere' participatie. Het heeft ook echt effect op de voortgang van projecten. In een van de initiatieven die we onderzochten, realiseerden ze een project dat normaal zeven jaar in beslag neemt in vier jaar tijd. Ze voerden het gesprek vanaf dag één anders: omwonenden en belanghebbenden werden al in de verkenningsfase betrokken, zorgen en belangen werden vroegtijdig opgehaald en zichtbaar meegenomen in keuzes. Daardoor ontstond meer begrip voor het proces.”
FLOOR: “Woningzoekenden betrekken wordt vaak gezien als iets dat tijd kost, maar in werkelijkheid win je er tijd mee. Dat is een belangrijk inzicht, zeker richting bestuurders.”
Hoe vertaalden jullie de vaststellingen uit het onderzoek naar een aanpak in de praktijk toe?
IRENE: “We merkten dat het helpt om heel concreet te zijn. Waar gaat het project over? Waar kunnen mensen over meedenken? Hoe duidelijker dat is, hoe makkelijker mensen aanhaken. Daarnaast zien we drie vormen terugkeren waarmee je woningzoekenden kan betrekken. Die versterken elkaar als je ze combineert: persoonlijke verhalen, digitale platformen en meer klassieke participatie.”
Leg die drie vormen eens uit?
IRENE: “Door persoonlijke verhalen zichtbaar te maken, geef je een gezicht aan een groep die normaal onzichtbaar blijft. Het maakt het vraagstuk concreet: het gaat niet meer alleen over 'woningen', maar over mensen die geen plek kunnen vinden. Dat zorgt voor meer begrip. Met de digitale platformen bereik je doelgroepen die je via klassieke participatie minder snel ziet. Het verlaagt de drempel om mee te doen en input op te halen. Het werkt ook om klassieke participatie anders in te richten. Bijvoorbeeld door andere momenten te kiezen, concreter te maken waar mensen over kunnen meedenken of het proces anders te begeleiden.”
Sommige initiatieven gaan nog een stap verder: daar wordt de doelgroep woningzoekenden zelfs onderdeel van de oplossing. Kunnen jullie hier een concreet voorbeeld van geven?
IRENE: “Een mooi voorbeeld is een initiatief waarbij woningzoekenden door hun buurt gaan om mogelijke bouwlocaties aan te wijzen. Ze brengen zelf in kaart: hier zou gebouwd kunnen worden. Het is niet langer een abstract plan van de gemeente, maar iets waar ze actief over meedenken.”

“Als je woningzoekenden niet betrekt, voer je een gesprek dat per definitie incompleet is.”
IRENE KUZEE
FLOOR: “Dat keert terug in het gesprek. Het wordt minder 'wij tegen zij' en meer een gezamenlijke zoektocht naar wat er mogelijk is.”
IRENE: “We zien ook initiatieven die juist inzetten op beleving en storytelling. Bijvoorbeeld een scheurkalender of zelfs een theatervoorstelling waarin de zoektocht naar een woning centraal staat. Daarin komen aangrijpende situaties aan bod: mensen die al jaren zoeken, geen passende woning vinden of noodgedwongen thuis blijven wonen. Dat draait het vraagstuk om. Het gaat niet langer over wat er verandert in een buurt, maar over waarom het zo hard nodig is.”
FLOOR: “Dat breekt het gesprek open. Het wordt herkenbaarder, menselijker en minder abstract.”
Woningzoekenden kun je niet op dezelfde manier betrekken als omwonenden. Wat vraagt dat van de manier waarop je participatie organiseert?
IRENE: “Minder inzetten op langdurige betrokkenheid. Veel projecten duren jaren, terwijl woningzoekenden vaak nú een woning nodig hebben. Als het te lang duurt of abstract blijft, haken ze af. Wat beter werkt, is om op specifieke momenten input op te halen. Kort, concreet en duidelijk. Dan denken mensen wel degelijk mee.”
FLOOR: “Het gaat om het ophalen van het juiste perspectief op het juiste moment. Dat vraagt echt een andere manier van denken.”
Wat kunnen communicatieprofessionals vandaag anders doen?
FLOOR: “Erken woningzoekenden als een doelgroep. Dat klinkt simpel, maar gebeurt nog niet altijd. Vaak richten processen zich automatisch op omwonenden. Het gaat om wie je betrekt en hoe je het gesprek vormgeeft. Daar ligt een rol voor communicatieprofessionals.”
IRENE: “En maak het concreet. Waar kunnen mensen over meedenken? Wat is hun rol? Hoe duidelijker je dat maakt, hoe makkelijker mensen aanhaken. Ook helpt het om intern het gesprek te voeren. Laat binnen je organisatie zien: als we dit doen, werkt het beter. Dat schept ruimte voor een andere aanpak.”
Wat vraagt goede participatie in de praktijk?
IRENE: “Goede begeleiding is hierin essentieel. Dit kost tijd en aandacht, zeker als je met nieuwe doelgroepen werkt.”
FLOOR: “En duidelijkheid. Waar heeft hun input invloed op? Dat moet je vooraf helder maken, anders ontstaan verkeerde verwachtingen.”
IRENE: “Daarnaast is monitoring belangrijk. Blijf evalueren: werkt dit? Is de belasting voor deelnemers niet te groot? En stuur bij waar nodig.”
Wat hopen jullie dat er over vijf jaar anders is?
FLOOR: “Dat de stem van woningzoekenden net zo normaal is als die van omwonenden.”
IRENE: “En dat we zien dat het werkt: betere gesprekken, minder vertraging en uiteindelijk betere projecten.”
“Dit vraagt een andere rol van communicatie”
Moniek Schoofs, communicatiestrateeg en partner bij Connect, heeft ervaring met participatieprojecten waarin de stem van woningzoekenden een plek krijgt in de planvorming. Ze deelt vier tips uit de praktijk:
Welke issues spelen er rond een project en op wie heeft dit impact? Door vooraf breder te kijken dan alleen de directe omgeving, voorkom je dat relevante groepen buiten beeld blijven.
2. Zoek doelgroepen actief op
Woningzoekenden melden zich niet vanzelf. Zoek ze zelf op. Dat vraagt creativiteit. Check bijvoorbeeld bij een woningbouwcorporatie of een makelaar in de buurt – of zelfs de buurtkapper. Die weet vaak verrassend goed wat er speelt.
3. Denk breder over participatievormen
Niet iedereen heeft tijd voor lange avonden of ingewikkelde trajecten. Digitale tools, korte inputmomenten of slimme combinaties met andere projecten helpen om drempels te verlagen en meer mensen te bereiken.
4. Vergeet het grotere speelveld niet
Het gesprek stopt niet bij de buurt. Uiteindelijk komt een project ook op tafel bij bestuurders en politiek. Zorg dus dat niet alleen bezwaren, maar ook andere perspectieven zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld door vooraf te organiseren dat ook woningzoekenden inspreken. Zo krijgt ook de politiek alle perspectieven mee.





