“Overheden moeten participatie leren loslaten”
Jurian Edelenbos
Hoogleraar Governance, State & Society Aan Erasmus Universiteit Rotterdam, Academisch Directeur Erasmus Initiative 'vital Cities & Citizens', Publiceert Artikels Over Burgerparticipatie en Bestuurlijke Vraagstukken
We spreken Jurian Edelenbos hoog in het Mandeville-gebouw van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn kantoor ligt op de zeventiende van twintig verdiepingen. Best ironisch voor een gesprek over participatie, waar het draait om nabijheid en gelijkwaardigheid. Maar laat je niet misleiden. Zijn kantoor torent misschien hoog boven de stad uit, professor Edelenbos staat met beide voeten midden in de praktijk. Met de hoekige, moderne skyline van Rotterdam als uitzicht verklapt hij ons zijn scherpste inzichten uit dertig jaar onderzoek naar participatie en stedelijk bestuur.
Je bent directeur van Vital Cities & Citizens (VCC), een initiatief van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wat houdt dat in?
"VCC zet zich in om de kwaliteit van leven in steden te verbeteren. We werken samen met overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, burgerinitiatieven en de creatieve industrie. Centrale vraagstukken voor ons zijn: hoe gaan bewoners om met veranderingen in hun wijk? En hoe zorgen we dat alle groepen in een wijk daarbij betrokken worden? We werken met een interdisciplinair team van wetenschappers: psychologen, sociologen, pedagogen, maar ook communicatiewetenschappers en specialisten in bestuurskunde. Onze filosofie is vrij uniek, al zeg ik het zelf. We draaien de traditionele logica om. We vertrekken niet vanuit de beleidsmaker, maar vanuit de mensen die met het beleid moeten leven. Door het welzijn en de beleving van bewoners als vertrekpunt te nemen, brengen onderzoekers in kaart wat bewoners als positief of negatief ervaren in hun wijk. Dat is in onze ogen nodig om daadwerkelijk bij te dragen aan een inclusieve en leefbare stad."
Inclusiviteit is het toverwoord bij participatie. Rotterdam is een enorm diverse stad. Hoe zorgen jullie ervoor dat alle stemmen worden gehoord?
"Belangrijk is dat je niet óver mensen praat, maar mét hen. Dat vraagt onder andere om toegankelijke communicatie. Niet alleen in taal, maar ook in vorm en toon. Je kunt een beroep doen op diverse kanalen, zoals sociale media of nieuwsbrieven. Maar dan bereik je lang niet iedereen. Daarom is juist de rol van sleutelfiguren uit de gemeenschap erg belangrijk. Mensen met bijvoorbeeld een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond, die weten hoe je verbinding kunt leggen en boodschappen kunt overbrengen aan een bepaalde groep. Soms is dat schriftelijk, maar meestal niet. Veel vaker gaat het om mondelinge overdracht of het inzetten van ambassadeurs in de wijk."
Kennis die heel waardevol is voor overheden. Delen jullie die kennis ook?
"Zeker! Onze onderzoeksresultaten koppelen we terug. Bijvoorbeeld aan de gemeente Rotterdam. Niet alleen via rapporten, maar ook in gesprekken en workshops. Zo dragen we actief bij aan het verbeteren van de participatiepraktijk."
Met VCC kies je duidelijk voor het perspectief van de bewoner. Wat vind jij van de participatie die overheden organiseren?
"Na dertig jaar in het vakgebied zie ik nog altijd gemeenten en andere overheden worstelen met participatie. Er ontbreekt vaak een systematische, zorgvuldige aanpak. Participatie is te vaak een afvinkoefening. Ik zie ook vaak de fout om communicatie te laat op te pakken. Onvolledige informatie leidt vaak tot beperkte betrokkenheid. Bovendien moet communicatie niet alleen zenden zijn, maar ook uitnodigen tot een echte dialoog. De echte kwaliteit zit in drie dingen: duidelijke procescommunicatie, zorgvuldige omgang met input en structureel leren van ervaringen. Dat laatste, daar wringt het vaak. Lessen verdwijnen als medewerkers vertrekken."
Hoe kunnen overheden participatie beter aanpakken?
"Het gaat erom dat je iets doet met wat je hoort en bereid bent je aanpak aan te passen. Dat vraagt om een organisatiecultuur waarin je fouten mag maken. Waarin je ervaringen openlijk mag delen en waar er ruimte is voor kritische dialoog. Kennis en inzichten mogen niet blijven hangen bij individuele medewerkers, maar moeten ingebed worden in de organisatie. Scholing, kennisdeling en structurele evaluatiemomenten zijn essentieel. Leren is een doorlopend proces, geen eenmalige actie."
Denk je dat de Omgevingswet, waarin verplichtingen rond participatie staan, overheden helpt bij participatie?

"De Omgevingswet is een stap in de goede richting. Participatie is verplicht, maar hoe je het invult, ligt niet vast. Hoewel maatwerk belangrijk is, vind ik het gebrek aan duidelijke richtlijnen problematisch. Het is te vrijblijvend. Terwijl het zo cruiaal is dat overheden zich inleven in de zorgen achter vragen of bezwaren. En zichtbaar maken hoe ze daarmee omgaan. Ik ben heel benieuwd hoe zich dat in de praktijk gaat ontwikkelen. Als we over vijf jaar terugkijken, hoop ik dat zal blijken dat de motivatieplicht heeft bijgedragen aan een overheid die niet alleen procedureel correct handelt, maar ook inhoudelijk en relationeel sterker is geworden. En dat de overheid daardoor meer vertrouwen en begrip oogst bij bewoners."
"Overheden worden geacht zélf beleid en verordeningen te maken over participatie en daar dan ook op te reflecteren. Maar dat gebeurt lang niet altijd. En als het gebeurt, dan blijft het vaak bij een formeel antwoord op papier. Als je als overheid niet responsief bent en écht iets doet met wat er uit participatie komt, dan vergroot je alleen maar het wantrouwen. En niet de betrokkenheid."
Wat vraagt het van een overheid om responsief te zijn?
"Een responsieve overheid luistert niet alleen, maar begrijpt ook wat bewoners beweegt. Voor ambtenaren betekent het dat ze zich moeten verplaatsen in de leefwereld van mensen. Toon inlevingsvermogen, sta open voor echte dialoog en motiveer zorgvuldig waarom bepaalde besluiten genomen worden. Ook wanneer je niet alle wensen kunt overnemen, blijft het essentieel om duidelijk en empathisch uit te leggen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Participatie is daarbij geen eenmalige stap, maar een voortdurend proces. Van luisteren, terugkoppelen en verantwoorden. Alleen zo ontstaat er vertrouwen en worden bewoners serieus genomen als gelijkwaardige partners."
Soms worden de rollen ook omgedraaid. Dan komt de participatie van de burgers zelf. Hoe kijk je naar dat soort initiatieven?
"Dat vind ik een bijzonder waardevolle vorm van participatie. In plaats van dat bewoners in het participatieproces van de overheid stappen, participeert de overheid in het proces van de bewoners. Dat maakt het fundamenteel anders, en vaak krachtiger. Het komt van binnenuit, is geworteld in de lokale realiteit en sluit direct aan bij wat mensen echt belangrijk vinden in hun leefomgeving."
Hoe kunnen bewoners zorgen voor geslaagde bewonersinitiatieven?
"We hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de effectiviteit van bewonersinitiatieven. In Nederland, maar ook in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Denemarken. Wat blijkt? Een bewonersinitiatief werkt het best als er een kleine groep gedreven mensen achter zit. Een groep met een duidelijke visie en missie. Als ze goed georganiseerd zijn, een structuur uitbouwen met medestanders met diverse achtergronden en voldoende (financiële) middelen hebben, slim samenwerken met verschillende groepen in de buurt én goed contact houden met de gemeente en andere instanties, dan kan het lukken. Het komt aan op mensen met groot verbindend vermogen. Dan maakt zo'n initiatief niet alleen een sterke start, maar kan het ook op langere termijn het verschil maken."
Wat is de rol van de overheid in zulke initiatieven?
"We zien dat overheden steeds vaker bereid zijn om in te spelen op bewonersinitiatieven. Tegelijkertijd is er ook enige aarzeling. Het is niet genoeg om open te staan voor ideeën van bewoners, het vraagt echt actieve betrokkenheid. Dat betekent: flexibel zijn, vertrouwen hebben in de kracht van de gemeenschap en accepteren dat je als overheid niet alles volledig kunt sturen. De grootste uitdaging zit in het omgaan met onzekerheden. Blijven bewoners betrokken? Zijn ze wel representatief voor de hele wijk? Is het initiatief duurzaam? Die onzekerheid hoort bij participatie. Overheden moeten participatie leren loslaten. Begeleiden in plaats van controleren, en waar nodig ondersteunen. Alleen zo ontstaat een gelijkwaardige samenwerking waarin bewonersinitiatieven kunnen uitgroeien tot krachtige en blijvende bijdragen aan maatschappelijke opgaven."
Wat wil je nog meegeven aan de lezer?
"Als ik één ding wil meegeven, dan is het dat participatie vraagt om een responsieve overheid. Een overheid die niet alleen een vinkje zet omdat er 'participatie' is geweest, maar een overheid die zich verplaatst in de mensen en leefwerelden van hen en de vragen die hen bezighouden. Dat is voor mij de kern van participatie."
“Participatie is geen eenmalige stap, maar een voortdurend proces van luisteren, terugkoppelen en verantwoorden.”





