Schiet niet op de pianist
Wie bezig is met een ruimtelijk project wacht altijd vol spanning het einde van het openbaar onderzoek af. Dan pas weet je hoeveel inspraakreacties ingediend zijn. Maar waarom moeten dit altijd bezwaren zijn?
"Bij een openbaar onderzoek kun je bij een inspraakreactie toch ook gewoon een positieve reactie geven. Waarom zegt er bijna nooit iemand dat een plan om pakweg een oude fabriek om te vormen tot een co-housingproject zinvol kan zijn voor de buurt?"
Aan het woord is Yannick Smeets, omgevingsjurist en -bemiddelaar die promoveert over de afweging tussen het algemeen en individueel belang aan de Universiteit van Antwerpen. Zijn voornaamste insteek: de procedures zijn niet het probleem, maar wel hoe met inspraak en individuele belangen omgegaan wordt. Vanuit ons individueel belang kunnen we dus ook wel eens iets positiefs zeggen over een project.
"Belanghebbenden focussen zich bij inspraak vaak op het negatieve. Waarom men het ergens niet mee eens is. Dat kan iedereen doorgaans altijd goed verwoorden. Terwijl het omgekeerde ook perfect mogelijk is. Helaas maken weinig mensen daar gebruik van", aldus Yannick. We kennen allemaal wel een project met een windmolen waar vlot 2.000 bezwaren over binnenkomen. Stuk voor stuk negatief vanuit het individuele perspectief. Er is slagschaduw, er is geluidshinder, er is vervuiling van de horizon ... Bekende bezwaren die allemaal focussen op de persoonlijke hinder. Positieve inspraakreacties blijven daarentegen vaak uit, of zijn bijzonder beperkt in verhouding tot de bezwaren.
Zoeken naar overeenkomsten
Hoe moet een project dan omgaan met individuele zorgen? Is het algemeen belang ondertussen een uitgehold begrip? Voor Yannick zit de crux in het zoeken naar een overeenkomst: "In mijn werk als bemiddelaar stel ik altijd dezelfde vraag aan een betrokkene. Als het project er komt en je mag nog één zaak aanpassen waar de initiatiefnemer rekening mee moet houden, wat zou dit dan zijn? Op die manier ontspint zich een inhoudelijk debat waar de initiatiefnemer iets mee kan." Wanneer iemand geen woontoren naast zijn eigen woning wil, dan kan het bijvoorbeeld helpen als er een kinderopvang in ondergebracht wordt, omdat die voor de buurt een meerwaarde heeft.
Of om terug te gaan naar het windmolenproject. De bouw en exploitatie van windturbines draagt bij aan een duurzame energieopwekking en -bevoorrading. Iets dat voor ons allemaal een positief effect heeft, maar zulke voordelen komen zelden naar boven gedurende een openbaar onderzoek.
"Een overheid of een initiatiefnemer van een ruimtelijk project giet best eerst alle belangen in een prioriteitenlijst. Daarna focus je vooral op de aspecten die bovenaan staan. Ga er standaard van uit dat de omgeving hinder zal ondervinden. Neem dat mee in het proces voor de vergunning. Meestal gebeurt dit pas bij een openbaar onderzoek wanneer de plannen al min of meer vastliggen. En krijgen buurtbewoners het gevoel dat alles toch al beslist is. Dan is het veel eenvoudiger om tegen een project te zijn dan om er positieve dingen over te zeggen."
“Als bemiddelaar stel ik altijd dezelfde vraag: stel dat het project er komt en je mag één zaak aanpassen, wat zou dit dan zijn?”
Focus op inhoud
Het creëren van draagvlak alleen is niet het doel, het moet over de inhoud van een project gaan voor Yannick. "Het is eigen aan omgevingsrecht dat het in procedures niet zozeer over de inhoud gaat, maar vooral over het kader van wat ruimtelijke ordening is." Hiermee houdt hij geen pleidooi om de procedures te hervormen. Iedereen heeft het recht om ergens tegen te zijn en een bezwaar in te dienen. Hij suggereert wél om meer ruimte te creëren om in gesprek te gaan over de inhoud.
"Een overheid moet altijd het algemeen belang nastreven. Omwonenden en natuur kunnen hinder ondervinden door een ruimtelijke ontwikkeling. Alleen als die buitensporig is, moet een overheid ingrijpen en zeggen: dit project moet anders. Als burger moet je ook zaken kunnen tolereren. In dichtbevolkte gebieden is het haast onmogelijk om geen hinder te veroorzaken. Daar moeten we eerlijk in zijn." Het ligt dus niet aan de wetgeving, maar eerder aan onze tolerantiegrens.
Als we vanuit die gedachte vertrekken, kan er een open discussie ontstaan over de inhoud van het project in plaats van over de procedure. Dan gaan we van schieten op de pianist naar een debat over de gespeelde noten.





