cOM Vakblad Logo
Uit Editie 3 - Voorjaar 2025

"Duidelijke taal is topsport"

Floortje Schiks5 juni 2025

“Ik schrijf je een lange brief omdat ik geen tijd had voor een korte.”Een quote van Blaise Pascal, een Franse wis- en natuurkundige uit de 17de eeuw. Volgens Japke-d. Bouma, auteur van messcherpe columns over heldere taal, is dat nog altijd de kern van de zaak. Duidelijke taal is keihard werken.

“Een jeukwoord is een taalcliché waar je jeuk van krijgt, een vage term die niets concreets betekent. Een hol begrip dat vaak gebruikt wordt, maar waar iedereen zijn eigen invulling aan geeft ‘duurzaamheid’ of ‘transparantie’ zijn van die klassieke voorbeelden. Maar ook ‘innovatie’, ‘sturen op kwaliteit’ en ‘toegevoegde waarde creëren’. We kennen ze allemaal, maar gebruiken ze zelf ook.” Volgens Japke-d. zullen ze ook niet verdwijnen uit onze teksten. Waarom kunnen we toch zo moeilijk zonder jeukwoorden? Ze ziet vijf redenen.

“Hang een foto van een lekker sappige hamburger op je laptop. Zo vergeet je nooit voor wie je het doet: de burger.”
  1. We praten graag gewichtig over wat doen.
    ‘Acteren op’, 'eigenaarschap tonen’, ‘deepdives’, ‘bila's’, ‘taskforces’, ‘strategische verkenningen’, of zoals ik laatst hoorde: ‘de uitrol wordt projectmatig aangevlogen’. Dat klinkt allemaal veel beter dan ‘we weten nog niet precies wat we gaan doen’.
  2. Als je ingewikkelde woorden gebruikt, kun je een hogere factuur sturen.
    Het maakt je zogenaamd een expert. En dat zijn we toch allemaal?
  3. Jeukwoorden verbergen de waarheid.
    ‘Vier miljoen ombuigen’ betekent eigenlijk gewoon ‘vier miljoen bezuinigen’. Maar dat zeggen we liever niet.
  4. We weten vaak niet wat we aan het doen zijn.
    Gebruik zinnen als ‘samen sturen op publieke waarde’ en je zit goed. Vooral stuurgroepen en 'dialoogtafels’ zijn heel goed in dat soort zinnen. Maar wie is die ‘samen’? En welk ‘publiek’ en welke ‘waarde’
  5. Mensen praten moeilijk omdat dat makkelijker is. En andersom is ook waar: iets makkelijk uitleggen is het moeilijkste wat er is.
    We zouden een voorbeeld moeten nemen aan
    Arjen Lubach of het Jeugdjournaal (vergelijkbaar
    met Karrewiet in Vlaanderen, red.). Die doen pas
    aan topsport.